THI XUAN LOAN HO, ERICA HOGENBIRK, JET VAN DINTHER, AGNES BRINKMAN
THI XUAN LOAN HO
ERICA HOGENBIRK
JET VAN DINTHER
AGNES BRINKMAN
mode, knitwear, kastjes, hoeden & tassen
11 mei t/m 8 juni 1996
Erica Hogenbirk ( 1967 Amsterdam):
“Voor mijn concept ben ik uitgegaan van het materiaal; breisels met dessin die zijn geïnspireerd op het menselijk lichaam en zijn vormgegeven op de computer en de breimachine. Ik heb voor het menselijk lichaam gekozen omdat we in een periode leven waarin iedereen zich steeds meer bewust wordt van zijn eigen ik Daarmee bedoel ik dat innerlijke en uiterlijke verschijningsvormen geen eenheid meer zijn. B.v. een vrouw in een mannenlichaam en een jonge geest in een oud lichaam. Men kan zich vrijer bewegen dan voorheen. Men hoeft zich niet meer gevangen te voelen in zijn/ haar lichaam. Nu is er de mogelijkheid om je te laten ombouwen tot de gewenste sekse.
Zowel het inwendige als het uitwendige van het menselijk lichaam heb ik verwerkt in dessins; wervels, ribben, botten, spieren, bloedsomloop, handen, vingerafdruk, ogen etc. Omdat het menselijk lichaam continu in beweging is heb ik dit ook in het materiaal verwerkt; visuele beweging. Vooral door het gebruik van veel kleur en degradees. Maar ook door te werken met rekbare en niet-rekbare garens waardoor er een reliëf in het breisel ontstaat. Bewegingsvrijheid is belangrijk voor mijn collectie daarom heb ik het breisel nog elastischer gemaakt.”
Jet van Dinther is in 1995 afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, met als afstudeerrichting 3D-design. Tijdens het eindexamen heeft zij voornamelijk kasten voor kinderen ontworpen. Meubelen die zich kenmerken door hun speelse karakter en de verschillende manieren van gebruik. De kasten zijn dromerig van sfeer en nodigen uit tot ontdekken. De kinderen kunnen zich uitleven in het kijken, spelen, voelen en fantaseren.
In het werk van Jet van Dinther staan de thema’s verhullen, omhullen en onthullen centraal. Ook in bovengenoemde meubelen. De kinderen kunnen erin wegkruipen, een eigen plek maken en dingen verstoppen. Elke kast herbergt een opbergplaats waarin het kind zijn geheimen kan koesteren, waardoor het de fantasie kan laten werken en zijn eigen droomwereld creëren.
Thi Xuan Loan Ho (1970 Phu-Yen, Vietnam)
The female beauty tradition.
“Ik heb de inspiratie gehaald uit de traditionele schoonheid van de Westerse en Oosterse culturen. Voor mij zijn vrouwelijke vormen belangrijk. Net als de Oosterse cultuur wil ik met eenvoudige belijning het vrouwelijke lichaam benadrukken.
Belangrijk uitgangspunt voor mij is de wijde rokvorm uit de jaren dertig van de Westerse cultuur. Deze combineer ik met zelf ontwikkelde dessins. De oorspronkelijke kleurrijke bloemdessins van het Oosten heb ik omgezet in abstracte dessins die extra vergroot zijn. Zo probeer ik een nieuw beeld te creëren.”
Agnes Brinkman (1968 Zeist)
Agnes Brinkman begon haar studie aan de Academie voor Beeldende vorming in Tilburg waar ze textiele vormgeving studeerde. Ze studeerde in 1994 af aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht in de richting 3D-design met een collectie hoeden en tassen.
Hoeden.
“In de serie hoeden spelen herhaling en ritme een belangrijke rol; dit zijn elementen die ik ook in de natuur- en plantvormen terug vind en waardoor ik me laat inspireren. De eigenschappen van het dikke een stugge materiaal waarvan de hoeden zijn vervaardigd, in combinatie met coupe-verwerking, levert plastische vormen op met bollingen en hollingen.
In het ontwerpproces is de ene stap het logische gevolg van de andere. Het binnenste-buiten keren van een hoed vormt soms vanzelfsprekend een aanleiding voor een volgende.”
Tassen.
“Het gegeven vouwen staat centraal in de tassencollectie. Het (uit)vouwen om een vorm groter of kleiner te maken, waarbij een verrassing in vormverandering kan ontstaan, intrigeert me.
Bij de gevouwen gele tas geef ik de bode de mogelijkheid om in- en uit te klappen. Bij een kleine, lichte inhoud blijft de tas ingevouwen; bij een grotere inhoud zakt de tas vanzelf tot een grotere vorm. Ik heb gekozen voor een ‘open’ materiaal (polypropyleen) zodat het vouwspel zichtbaar is in de tas. Ik vind het een uitdaging om een zogenaamd niet-waardevol materiaal te gebruiken en te laten uitstijgen boven die waarde.
Het idee van een slinger, waarbij je van een plat pakketje een slinger kunt trekken, heb ik gebruikt voor een ontwerp van een tas. Bij het boodschappen doen neem je de tas plat-gevouwen mee en zodra er vulling in de vakken komt groeit de tas in volume. Er ontstaat een verrassende vormverandering; de tas kan ‘groeien’ tot een rijk gekleurde waaiervorm. Ook bij deze tas koos ik voor een zogenaamd niet-waardevol materiaal.”














