HELEEN HAVERMAN
HELEEN HAVERMAN
Vergankelijke kunst
16 juni t/m 13 juli 1996
installaties
‘vijf jaar werken met water en licht.’
Rozentuin (1991)
De Rozenruimte is haar eerste grote installatie. Het is een ruimte die aan de buitenkant misschien oninteressant lijkt, maar als men de moeite doet om schoenen en sokken uit te trekken en naar binnen te gaan, ligt daar een onbegrensde wereld waar men zelf deel uitmaakt van het kunstwerk. Deze spiegelruimte kan men niet afstandelijk beoordelen omdat men zelf het beeld maakt. Men loopt door het (inwendig verlichte) water waarin rozenblaadjes drijven en ziet zichzelf eindeloos terug in de spiegelwanden. Dit werk is een reactie op de afstandelijke en kritische manier van kunst kijken van tegenwoordig, waarbij kunst wordt beoordeeld naar de bekendheid van de kunstenaar en de waarde die het vertegenwoordigd. Ook is het een ruimte die de bezoeker bewust maakt van het hier en nu door zijn eigen beeld te aanschouwen tussen vergankelijk materiaal (rozen).
Monument voor Moeder Aarde (1994)
Al verschillende jaren werkt Heleen Haverman met licht (en later ijs) door bloembladeren. In eerste instantie om zo de meest pure kleur te krijgen vanuit de professionele belangstelling van de schilder. Gaandeweg is het ijs ook een middel geworden om iets te zeggen. Voor dit doel maakt zij ruimtes waar het smelten van het ijs in een context wordt geplaatst.
Zo refereert het werk ‘Monument voor Moeder Aarde’ aan de Indiaanse Kiva, een besloten ruimte in de grond waarin men afdaalde om rituelen uit te voeren ter voorbereiding van feesten. De indianen geloofden dat hoe dichter het lichaam bij de aarde is, hoe hoger de geest kan stijgen. Haar werk is een variant op de kiva en is aan de buitenkant gebouwd van turfblokken. Men moet door een lange ronde gang lopen om in het binnenste te komen. Daar hangt een verlichte ijsbloem die druppelt in een bak met water. De cirkelvorm is de oervorm. Als er een druppel valt in het water ontstaat deze, wordt groter en verdwijnt. Je kunt stellen dat de kiva een ruimte vormt rondom deze ‘levende’ bewegende vorm, waarbij de mensen zich verbonden voelen met het licht boven en de aarde onder.
Dode lente (1993)
Twee verlichte schalen van bloemen in ijs, druppelend in het donkere water. In het water is een gedicht zichtbaar, gemaakt in de lente van 1993 als reactie op de oorlog in voormalig Joegoslavië.
Tefilla (1996)
De Tefilla is het joodse Achttiengebed. Op de Sabbat worden de eerste zeven verzen gebeden en op feestdagen alle 18. Op ieder van de 18 expositiedagen toont Haverman steeds weer een ander gebed, dat langzaam smelt. Dit werk is een reactie op de kwetsbaarheid van het vredesproces in het Midden Oosten.
Naast deze installaties worden foto’s en aquarellen getoond.







