Responsive image

YOUNG COLLECTORS #3 Jaring Dürst Britt & Alexander Mayhew.

YOUNG COLLECTORS #3
27 november 2010 t/m 8 januari 2011
Collectie Jaring Dürst Britt en Alexander Mayhew.

De derde expositie van de Young Collectors expositiereeks staat in het teken van de collectie van Jaring Dürst Britt en Alexander Mayhew (NL).
Jaring Dürst Britt (Heerde, 1981) is kunsthistoricus en als zakelijk leider werkzaam voor Casco in Utrecht.
Alexander Mayhew (Amsterdam, 1973) werkt als tekstschrijver, trainer en acteur voor het bedrijfsleven en non-profit organisaties. Daarnaast studeert hij kunstgeschiedenis en schrijft hij freelance voor onder meer Metropolis M.

Uit hun collectie worden werken getoond van: Paul Beumer, Rosa Boekhorst, Jeroen Bosch, Tim Braden, Esther Bruggink, Marcel van Eeden, Fendry Ekel, Claire Fontaine, Cyprien Gaillard, Folkert de Jong, Marijn van Kreij, Ben Kruisdijk, Zeger Reyers, Anke Roder, Karen Sargsyan, Levi van Veluw, Mark Wallinger, Gert-Jan Kocken, Nare Eloyan e.a.

Zaterdag 27 november:
15.00 uur interview door Arno van Roosmalen (directeur Stroom, Den Haag) met Mayhew en Dürst Britt
Locatie: FMI Singelzaal, Radesingel 6 Groningen
Daarna in Sign: Opening 17.00 uur.

Young Collectors is georganiseerd door curatoren Lennard Dost en Mare van Koningsveld in samenwerking met Sign
(zie ook Young Collectors#1 en #2 en Symposium)
Achtergrond informatie over YOUNG COLLECTORS :
Serie van drie exposities met werk uit de collecties van zes jonge collectioneurs uit Duitsland, België en Nederland, inclusief lezingen, een symposium en discussies over de plaats, functie en betekenis van jonge verzamelaars in de kunstwereld.

Young collectors stelt de verzamelaar (tot 40 jaar) zelf centraal met aandacht voor diens collectie en zienswijze en de context waarbinnen hij opereert. De geselecteerde verzamelaars geven een goed divers beeld met een internationale dimensie. Wie zijn dat eigenlijk, die jonge verzamelaars, en hoe verhouden zij zich tot het museum, de galerie en het ideële kunstinitiatief? Hoe zien hun collecties eruit, wat drijft hen tot hun keuzes? Wat is hun invloed? Welke netwerken gebruiken ze, wat is de dynamiek en communicatie? “Young Collectors” laat de jonge verzamelaar aan het woord en geeft inzicht in zijn wereld.

Eerder
17 april 2010: Symposium “Art Collecting during the Monetary Crisis”
Met bijdragen van Kai van Hasselt, Renée Steenbergen en Pim van Klink, moderator: Raymond Frenken

Young Collectors #2: Johan Delcour & Monia Warnez (BE)
13 maart t/m 25 april 2010
Kunstenaars: Jana Gunstheimer (DE), Michaël Aerts (BE), Sascha Weidner (DE), Artists Anonymous, (DE/GB), Norbert Bisky (DE), Léon Vranken (BE), Anneke Eussen (NL), Kati Heck (BE/DE) Adam Leech (BE/USA), Léopold Rabus (CH), Joris Van de Moortel (BE), Veronica Brovall (SE), Stephan Balleux (BE).
Extra:
13 maart 2010:
Gesprek tussen Johan Delcour, Monia Warnez en Tanguy Eeckhout, over de collectie van Delcour en Warnez, over het verzamelklimaat in België en de verhouding tussen museum/ curator en verzamelaar.
Tanguy Eeckhout is artistiek-wetenschappelijk stafmedewerker in het museum Dhondt-Dhaenens in Deurle (BE).
Locatie: Singelzaal, Radesingel 6 Groningen.

Young Collectors #1: Christian Schwarm (DE)
17 oktober t/m 14 november 2009.
Kunstenaars: Peter Piller, Haegue Yang, Hubert Dobler, David Horvitz en Fiona Banner.
Extra:
17 oktober 2009:
Christian Schwarm en Independent Collectors collega Tommi Brem vertelden in een interview met kunstverzamelaar Tsjalling Venema over hun verzamelingen en het functioneren van de Independent Collectors community. Ook werd gesproken over het verzamelaarsklimaat in Duitsland, over de veranderende relatie tussen verzamelaar en galeriewezen en het Collector’s Duel (een initiatief van Independent Collectors waarbij verzamelaars kunst onderling kunnen ruilen.)

collectie: Kunstenaars

Paul Beumer (NL)
Als kind wilde Paul Beumer (1982, Amersfoort) dictator worden. Hoewel hij er al snel achter kwam dat dit geen reële optie was, is de combinatie van macht en overvloed hem altijd blijven fascineren. Zijn schilderijen zijn voorzien van afbeeldingen van staatslieden, keizers, paleizen en kostbaarheden. Voor grote doeken scheurt Beumer afbeeldingen uit boeken en tijdschriften, die hij vervolgens als een collage op het doek plakt en bewerkt met slierten lakverf. Zijn kleinere werken lijken op ansichtkaarten uit een verleden dat zich mooier lijkt voor te doen dan het in werkelijkheid was. Titels ontleent Beumer aan citaten van vooraanstaande personen uit de geschiedenis en de actualiteit. Zo is de frase ‘For better and for worse, but not for lunch’ bijvoorbeeld opgetekend uit de mond van Wallis Simpson.

Rosa Boekborst (NL)
Het zijn niet de klassieke naakten van bijvoorbeeld een Titiaan of Manet die Rosa Boekhorst (1980, Rotterdam) inspireerden tot de serie ‘Display of power’ (2006). Haar tekeningen zijn eerder een reactie op de (half) ontblootte, bepaald niet subtiele meisjes uit de MTV-clips, een beeldtaal waarmee Boekhorst en haar generatie opgroeide. Het gaat de kunstenaar niet direct om lust maar eerder om machtsverhoudingen, zoals de titel al aangeeft. In eerste instantie lijkt de macht alleen bij de toeschouwer te liggen. Hij is de voyeur die het naakte meisje begluurt. Bovendien moet hij er zeer dicht bovenop staan om de voorstelling goed te kunnen zien, wat het geheel nog intiemer maakt. Het meisje zelf lijkt onschuldig te zijn, met haar grote blauwe ogen. Omdat die ogen felblauw zijn in een tekening die verder uit zachte, vage lijnen bestaat, zie je pas daarna haar naakte lichaam. Met haar provocerende houding en haar dwingende blik, zorgt zij dat de toeschouwer haar ziet en houdt ze hem vast.

Jeroen Bosch (NL)
Jeroen Bosch (1966, Enschede), de man achter het internettijdschrift over kunst en beeldcultuur Trendbeheer.com, lijkt gefascineerd door de reproductiemogelijkheden en marketing van kunst. Hij speelt met de mechanismen die worden gebruikt om prints en foto’s – media die in principe oneindig zouden kunnen worden afgedrukt – hun exclusiviteitswaarde te laten behouden. De inhoud van kunst lijkt wat hem betreft ondergeschikt te zijn aan marktwerking. Op prints uit zijn serie ‘Zero Content’ prijken slogans als ‘Op is Op’, ‘Sex Sells Marketing’, ‘Status Macht Geld’ en ‘Sold’. Met de in Sign getoonde werken richt hij zich op prijsparameters als materiaalkosten en (zeer actueel) BTW tarieven.

Tim Braden (GB)
Op ‘Study for Vuillard in the Museum’ (2008) van Tim Braden (1975, Oxford) staan twee schilderijen van Edouard Vuillard. Beide werken maken onderdeel uit van de collectie van het Musée d’Orsay. Braden schildert niet alleen kunst, maar neemt ook de context mee waarin deze wordt gepresenteerd. De teneergeslagen blik van de personen die Vuillard heeft afgebeeld, lijkt bijna een reactie op het achterafhoekje waar de doeken hangen in het museum.

Esther Bruggink (NL)
Je ziet de wezens van Esther Bruggink (1971, Groningen) voor je, maar eigenlijk lijken ze maar half in onze wereld te zijn. Ze zijn in zichzelf gekeerd. Contact met ze zoeken lijkt geen zin te hebben. Doordat hun huid van polyesterfilm transparant is en de figuren van binnen hol zijn, lijken ze nauwelijks volume in de ruimte op te eisen. Ze zijn als schimmen uit een andere realiteit. Enerzijds zijn Brugginks vrouwen, sprookjeswezens en baby’s teder en kwetsbaar door hun fragiele, doorschijnende uiterlijk en hun introverte lichaamshoudingen. Maar ze zijn ook griezelig om naar te kijken, vooral de baby’s. Het kleintje dat in Sign voor je ligt, is geen wolk van een baby, eerder een couveuse kindje met die doorschijnende huid waaronder je de aderen ziet lopen. Het is zelfs niet duidelijk of dit kindje leeft, dood is of dat het überhaupt ooit heeft geleefd. De aan elkaar genaaide lapjes ‘huid’ suggereren eerder dat dit wezen nooit werd geboren, maar werd gecreëerd.

Marcel van Eeden (NL)
Marcel van Eeden (1965, Den Haag), opgeleid aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, gebruikt als inspiratiebron beeldmateriaal van voor zijn geboortejaar (1965). Je zou kunnen zeggen dat Van Eeden de wereld tekent waar hij nog geen deel van uitmaakt. Het is de ontkenning van het ‘zelf’. En tegelijk ook weer niet. Het criterium waaraan elke afbeelding moet voldoen is immers dat ie dateert van voor Marcel van Eeden’s geboortejaar. Van Eeden gebruikt verschillende tekenstijlen (realistisch, abstract, cartoonesk) en behandelt een veelheid aan onderwerpen (architectuur, Sinterklaas, de kunstgeschiedenis, ontploffingen). Wel hebben de tekeningen vaak dezelfde afmeting; vanaf zijn afstuderen aan de academie tot 1997 mat elke afmeting 19 bij 14 cm, daarna meestal 19 bij 28 centimeter. Van Eeden beschouwt zijn werk als een doorlopende serie.

Fendry Ekel (ID)
Op ‘Young Gropius as Soldier’ van Fendry Ekel (1971, Jakarta) staat de jonge Duitse architect Walter Gropius afgebeeld als een Pruisische soldaat. Mogelijk verwijst Ekel hiermee naar Gropius’ verleden als soldaat: tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij in het Duitse leger. Gropius is niet alleen bekend als architect/industrieel ontwerper, maar ook als oprichter van Bauhaus, de invloedrijke academie voor architectuur en toegepaste kunst die wordt gezien als kraamkamer van het modernisme. Van 1919 tot 1928 was hij directeur van de academie. Toen de nazi’s in Duitsland in 1934 aan de macht kwamen, vluchtte Gropius naar Engeland, van waaruit hij uiteindelijk in Amerika belandde. Ekel lijkt te zinspelen op de ambivalente relatie tussen kunstenaars en oorlog. Vòòr aanvang van WO I keken diverse kunstenaars (zie het Futurisme) uit naar de naderende strijd. Na afloop hadden de meesten het vertrouwen in de mensheid verloren. Door WO II belandden veel vooraanstaande kunstenaars, waaronder ook die van Bauhaus, in Amerika. Mede dankzij de oorlog werd Amerika het epicentrum van de kunstwereld.

Nare Eloyan (AM)
Met de universele beeldtaal van comics wil de in Armenië geboren kunstenaar Nare Eloyan (1988, Yerevan) de toeschouwer naar haar werk toetrekken. Maar haar tekenstijl mag dan herkenning oproepen, de personages die Eloyans tekeningen bevolken hebben niets gemeen met onoverwinnelijke superhelden. De hoofdrollen in haar verhalen zijn juist voor personages die door twijfel overmand en niet bepaald succesvol in hun leven leken te zijn. Ook de jongen uit de tekening ‘A young boy becoming a flower’ (2007) faalt onherroepelijk. Het is Narcissus, een personage uit de Griekse mythologie. Volgens de vertelling was hij een jonge man, zo mooi, dat toen hij zijn spiegelbeeld in een vijver zag, hij spontaan verliefd raakte op de jongen in het water. Narcissus bleef verlangend bij het water zitten wachten op de bevestiging van zijn liefde die natuurlijk uitbleef. Hij kwijnde weg tot de godin Aphrodite hem in een narcis veranderde.

Claire Fontaine (FR)
Claire Fontaine is een in 2004 opgericht kunstenaarscollectief uit Parijs, wiens naam is gebaseerd op de naam van de Franse producent van schriften en schrijfblokken. Vertaal je de woorden ‘Claire Fontaine’ van het Frans naar het Engels, dan krijg je ‘Clear Fountain’, een directe verwijzing naar de bekende foto ‘Self-Portrait as a Fountain’ (1966) van de Amerikaanse performance kunstenaar Bruce Nauman. In Sign is een ontwerptekening voor een neonsculptuur ‘This neon sign was made by…’ te zien en de offerte die een lichtbedrijf uitbracht voor het vervaardigen ervan. De sculptuur verwijst zowel in titel als in vorm naar Joseph Kosuth’s ‘Words in Blue Neon’ (1965). Kosuth liet in zijn werk de tekst samenkomen met het kunstwerk: ‘Words in Blue Neon’ is precies wat de titel pretendeert: woorden in blauw neonlicht. Het werk van Claire Fontaine is niet alleen een verwijzing naar de kunstgeschiedenis, het beschrijft ook een transactie die plaatsvindt tussen de kunstenaar en de ambachtsman die het werk uitvoert. Op de punten achter de tekst ‘This neon sign was made by’ staat niet alleen de naam van de ambachtsman, maar ook het bedrag dat hij hiervoor betaald kreeg. Wanneer de koper van het werk de neon daadwerkelijk zou willen laten uitvoeren is hij echter veel meer kwijt dan dit bedrag. De transactie strekt zich ook uit naar de kunstenaars zelf en de galerie. Het werk maakt onomwonden deel uit van het systeem van de kunstmarkt terwijl het ook een kritiek erop behelst.

Cyprien Gaillard (FR)
Cyprien Gaillard (1980, Parijs) houdt zich in zijn praktijk bezig met verschillende vormen van entropie; het verval der dingen, hetzij door de natuur, hetzij door de mens op gang gebracht. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de menselijke behoefte om te behouden en de schijnwerpers te plaatsen op dat wat hem aanspreekt en dat wat het niet waard lijkt om te behouden, te vernietigen. Hij interesseert zich in het bijzonder voor de relatie tussen archeologische opgravingen, algemeen aanvaard werelderfgoed en ‘hedendaagse ruïnes’; modernistische architectuur waar momenteel wereldwijd de sloopkogel ingaat. Het gehate van vandaag is het pittoreske van morgen. In ‘Belief in the Age of Disbelief’ (2005) plaats hij modernistische flatgebouwen in het geïdealiseerde Hollandse landschap van de 17de eeuw. ‘Real Remnants of Fictive Wars’ (2003-2008) is een foto van een Land Art performance, waarbij de kunstenaar een brandblusapparaat dat doorgaans gebruikt wordt op vliegvelden leegspoot in het park van Chateau Millemont, 60 kilometer ten westen van Parijs.

Folkert de Jong (NL)
De titel van Folkert de Jong’s (1972, Egmond aan Zee) kunstwerk, ‘Ilemauzar E’ (2007), is afgeleid van de titel van een 17de eeuwse verhandeling over de heksenjacht. Heksen worden vandaag de dag niet meer vervolgd, andere minderheden wel. De brandstapel heeft plaatsgemaakt voor het volautomatische geweer. De Jong’s geweer heeft een lieflijk aanzien gekregen, met roze accenten, alsof het een stuk speelgoed is dat moet worden gekoesterd door zijn eigenaar. Maar het blijft een dodelijk wapen. Ook het materiaal verwijst naar vernietiging. Hoewel polyurethaan en styrofoam kunsthistorisch gezien geen enkele lading hebben, hebben zij wel degelijk een maatschappelijke betekenis. De grondstof van beide materialen is namelijk olie, een product dat aan de basis lag van menig politiek conflict. Nog wranger is dat de stoffen worden vervaardigd in de fabriek die ook verantwoordelijk was voor de productie van napalm en het gas dat in concentratiekampen werd gebruikt om Joden te vergassen.

Gert Jan Kocken (NL)
Het werk van Gert Jan Kocken (1971, Ravenstein) gaat over de schoonheid van vernietiging en de drang van mensen om objecten van ‘de ander’ te vernietigen. Kocken brengt de vernietiging haarscherp en objectief in beeld. Specifieke historische voorwerpen zijn minutieus gefotografeerd, levensgroot of groter, perfect afgedrukt en weloverwogen ingelijst, zodat de fysieke impact van het fotografische beeld niet minder is dan die van het origineel. Hij plaatst op die manier kritische kanttekeningen bij bestaande percepties en stuurt de historische blik

Marijn van Kreij (NL)
‘Untitled (Our Love)’ (2007) van Marijn van Kreij (1978, Middelrode) bestaat uit twee delen. De tekeningetjes, vlekken en tekstjes op het papier links zijn ogenschijnlijk identiek aan die op het papier rechts. Het werk doet hierdoor sterk denken aan Robert Rauschenbergs ‘Factum I’ en ‘Factum II’ uit 1957. Ook die collages zijn bijna identiek, met kleine verschillen in de verfstreken en in de bevestiging van de foto’s en andere materialen.
Van Kreij’s werk is echter meer dan een verwijzing naar de kunstgeschiedenis. Door de verdubbeling van de voorstelling wordt het een paradox. Het is uniek, spontaan en persoonlijk, maar dit alles ook weer niet. Als Van Kreij slechts een van de twee vellen papier had getoond, dan zou je het waarderen als origineel, intiem en spontaan. De krabbels en vlekken plan je normaliter niet, ze ontstaan toevallig. Vlekken komen door ongelukjes, krabbels zijn toevallige notities die alleen de maker iets zeggen.
De ongedwongenheid en uniciteit lijken door herhaling verloren te gaan. Maar door de voorstelling handmatig te kopiëren, ontstaan minieme ‘foutjes’. Ook deze kun je weer zien als kleine spontane toevalligheden.

Ben Kruisdijk (NL)
Ben Kruisdijk (1981, Zaandam) gebruikt in zijn werk verschillende tekensystemen door elkaar heen. Op die manier creëert hij beelden die op een associatieve manier ‘gelezen’ dienen te worden. Doordat de kijker het werk zelf af dient te maken, vertonen zijn tekeningen verwantschap met kinderspelletjes of een rebus. Terugkerende motieven zijn anatomische afbeeldingen, flora en fauna. Kruisdijk refereert hierbij vaak aan kunststromingen of specifieke kunstwerken.

Zeger Reyers (NL)
Een kikker van lippenstift. Natuurlijk verwijst Zeger Reyers (1966, Den Haag) daarmee naar het sprookje van de Kikkerprins. In het kort: een verwende prinses krijgt van haar vader een gouden bal. De koning drukt haar op het hart er voorzichtig mee te zijn. ‘Er is er namelijk maar een van in het hele land’. Als de prinses in de paleistuin aan het spelen is, schiet de bal plotseling uit haar handen en belandt in de vijver. De prinses schrikt. Ze kan toch niet thuiskomen zonder bal? Ineens hoort ze een stem. “Ik haal hem er wel voor je uit.” De woorden blijken afkomstig van een grote groene kikker. “Als beloning moet je me wel van je bordje laten eten en in je bed laten slapen”. De prinses is huiverig, maar stemt uiteindelijk toch toe. Als ze ’s avonds de kikker goedenacht kust, verandert die pardoes in een mooie prins. Zeger Reyers gebruikt de kikker als metafoor. Maar hoe precies? Is de kunst de kikker, die door de bezoeker wordt getransformeerd tot mooie prins? Laat de kunst haar ware aard pas zien als ze wordt ‘aangeraakt’ door de toeschouwer? Zodra een kijker de verleiding niet kan weerstaan om de lippen op het beeld te drukken, zal echter terstond het verval ervan intreden.

Anke Roder (DE)
Herinneringen en geschiedenis zijn onmisbare elementen in het werk van de van oorsprong Duitse kunstenaar Anke Roder (1964, Bayreuth). Haar kleine schilderingen van (zee)landschapen zoals ‘Zee’ (2004) ontstaan spontaan, zonder schets of vooropgezet plan. Roder haalt de beelden uit haar onderbewustzijn: veel van de landschappen bezocht de kunstenaar ooit tijdens haar reizen.
Daarnaast wordt zij geïnspireerd door middeleeuwse en renaissancistische kunst, botanische tekeningen en manuscripten. Roder bewondert de rust, stilte en zorgvuldigheid hiervan. Maar het gaat Roder vooral ook om de landschappen die je aantreft achter de portretten en als onderdeel van voorstellingen. Soms zijn deze realistisch, soms imaginair maar altijd gaat het om natuur die nog niet is aangetast door mensen.
Mensen spelen überhaupt geen rol in het werk van Roder, ze maken er simpelweg geen deel van uit. De mens is ondergeschikt aan ‘de schoonheid van de schepping’. Het is een zeer romantische beschouwing: de grootsheid van de natuur versus de onbenulligheid van de beschaving.

Karen Sargsyan (AM)
Papieren poppen zou je niet snel in verband brengen met oorlog. Dat is toch wat de Armeense kunstenaar Karen Sargsyan (1973, Yerevan) heeft gedaan. Zijn ‘David en Goliath’ (2008) toont het bijbelse verhaal over de reus die door de jonge herder werd verslagen. David leek kansloos te zijn tegenover Goliath, maar wist deze met een steen te doden. Hiermee gaf hij zijn volk, de Israëlieten, de vrijheid terug.
Het is bijzonder hoe Sargsyan het papier naar zijn hand heeft weten te zetten. Ondanks het stugge materiaal en de ruwe afwerking zijn de figuren sierlijk. Hun gevecht is als een strijd tussen twee dansers. De voorstelling zit ‘m niet alleen in de grote gebaren, maar ook in de details. Het ongeloof op Goliaths gezicht is een voorbode dat hij de strijd zal verliezen, de gevallen speren en helmen zijn de getuigen van hun heftige gevecht.

Simon Schrikker (NL)
De twee schilderijen van oorlogshelikopters maken deel uit van de serie ‘Friendly Fire’, een reeks waaraan Simon Schrikker (1973, Utrecht) sinds 2008 werkt. Schrikker, bekend van zijn schilderijen van angstaanjagende honden, verbindt figuratieve en abstracte elementen met elkaar. Op basis van bronmateriaal dat hij op internet vindt, doet hij schilderkunstig onderzoek naar oerbeelden van angst, dreiging en geweld.

Levi van Veluw (NL)
“Every portrait that is painted with feeling, is a portrait of the artist, not of the sitter”. Aldus schrijver Oscar Wilde. Nu schildert Levi van Veluw (1985, Hoevelaken) niet, maar toch blijft de gedachte interessant. Want, wat zeggen al Van Veluws zelfportretten, waarbij hij standaard alleen het bovenste deel van zijn lichaam laat zien, over de kunstenaar? Zeggen ze überhaupt iets over hem als persoon? Van Veluw laat immers alleen de buitenkant zien, een buitenkant die hij bijvoorbeeld bedekt met mos of beschrijft met balpen. De blik van de kunstenaar staat vaak op afwezig. Zijn hoofd meestal iets voorovergebogen. Van Veluw laat zijn kunst heel slim samensmelten met zijn beeltenis. Hij is in feite zijn eigen canvas. De kunstenaar, dat is de kunst.

Mark Wallinger (GB)
Van 14 tot en met 22 oktober 2004 voerde de Brit Mark Wallinger (1959, Chigwell) ’s nachts een performance uit in de Neue Nationalgalerie in Berlijn. Wallinger, getooid in berenpak, liep wat rond, ging zitten, stond weer op, liep naar het glas, zwaaide naar een passant die niet leek te weten wat hij met dit vreemde sujet aanmoest. Het pak dat Wallinger droeg, zag er carnavalesk uit. De kop was realistischer. Hij bleek afkomstig van een echte beer. De bek stond open, een scherpe rij tanden was zichtbaar. Gedurende de performance gebeurde er eigenlijk niets van belang. De beer, symbool van de stad Berlijn, leek amper te weten wat hij moest doen. Wallinger leek te refereren aan de mens die in een voor hem vreemde omgeving terecht is gekomen. Tegelijk kun je er ook een verwijzing in zien naar de vernietiging van natuur ten koste van stedenbouw.

(english)

Paul Beumer (NL)
As a child Paul Beumer (1982, Amersfoort) wanted to become a dictator. Though he found out rather quickly this was not a reasonable option, the combination of power and abundance kept fascinating him. His paintings are full of images of statesmen, emperors, palaces and valuables. For big works Beumer tears pictures from books and magazines and he sticks it on the canvas like a collage and works on it with glossy paint. His smaller works look like postcards from a past that shows off itself more beautiful then reality was. Beumer derives the titles from quotations of renowned people from history or topicality. The phrase ‘For better and for worse, but not for lunch’ for instance is registered from Wallis Simpson.

Rosa Boekborst (NL)
It’s not the classical nudes by Titiaan or Manet that inspired Rosa Boekhorst (1980, Rotterdam) for the series ‘Display of power’ (2006). They are rather a reaction on the (half) naked, surely not subtle girls from MTV-clips, an imagery Boekhorst and her generation grew up with. As the title hands out, the artist is not so much interested in lust but in power relations. At first sight all the power seems to be with the viewer. He is the voyeur peeping at the naked girl. Above that he has to stand very close to have a good look at the presentation what makes the whole a lot more intimate. The girl appears to be innocent with her big blue eyes. Because these eyes are brightly blue in a drawing made of soft, vague lines, you see her naked body in second instance. With her provocative pose and her binding glance she makes sure the viewer sees her and next she holds him.

Jeroen Bosch (NL)
Jeroen Bosch (1966, Enschede), the man behind the internet magazine Trendbeheer.com on art and image-culture, seems to be fascinated by the possibilities of reproduction and marketing of art. He plays around with the mechanisms that are used to behold the exclusive value of prints and photos – media that basically can be printed endlessly. The content of art seems to be subordinate to market forces. On prints from the series ‘Zero Content’ slogans appear like ‘Op is Op’ (Gone is gone (sold out completely)), ‘Sex Sells Marketing’, ‘Status Macht Geld’ (status power money) and ‘Sold’. With the works exhibited in SIGN he focuses on price parameters like costs of material and (a very topical matter) VAT.

Tim Braden (GB)
On ‘Study for Vuillard in the Museum’ (2008) by Tim Braden (1975 , Oxford) are two paintings by Edouard Vuillard. Both canvases are part of the collection of Musée d’Orsay. Braden doesn’t paint art only, he also takes into account the context it is presented in. The dispirited look of both persons depicted by Vuillard, almost look like a response to the back corner the paintings are hung in, in the museum.

Esther Bruggink (NL)
You see the creatures by Esther Bruggink (1971, Groningen) in front of you but actually they seem to be in our world only partly. They are introverted. Getting in touch with them seems useless. Because their skin is transparent polyester-film and the figures are hollow they hardly seem to demand volume in space. They’re like spectres from another reality. On the one hand Bruggink’s females, fairy-tale figures and babies are tender and vulnerable by their fragile, transparent looks and their introverted postures. But they’re creepy as well to watch, especially the babies. The small one lying in front of you in SIGN is not a healthy looking baby but sooner a child for an incubator with the translucent skin where you see the veins running. It’s not even clear whether this child lives, is dead or ever lived. The sewn pieces of ’tissue’ suggest this creature wasn’t born but created.

Marcel van Eeden (NL)
Marcel van Eeden (1965, The Hague), educated at the Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (Royal Academy for Fine Arts) in The Hague, uses imagerypublished before his year of birth (1965) as source of inspiration. You might say that Van Eeden draws the world he isn’t part of yet. It is the denial of the ‘self’. And at the same time it isn’t. The criterion every image has to address after all is that it has to date back before Marcel van Eedens year of birth. Van Eeden uses different styles of drawing (realistic, abstract, cartoon-like) and deals with a wide range of subjects (architecture, Sinterklaas – Dutch variation on Thanksgiving/Santa Claus, art-history, explosions). The drawings have often the same size though; since graduating the art-academy until 1997 every drawing was 19 by 14 cm, onwards usually 19 by 28 cm. Van Eeden regards his work as an ongoing series.

Fendry Ekel (ID)
On ‘Young Gropius as Soldier’ by Fendry Ekel (1971, Jakarta) young German architect Walter Gropius is portrayed like a Prussian soldier. Possibly Ekel refers with this to Gropius’ past as a soldier: during World War I he served in the German army. Gropius is not only known as an architect/industrial designer but also as the founder of Bauhaus, the influential academy for architecture and industrial arts which is regarded as the delivery room for modernism. From 1919 until 1928 he was the director of the academy. When the Nazi’s came to power in 1934 Gropius fled to England and finally showed up in the USA. Ekel seems to allude to the ambivalent relationship between artists and war. Before World War I several artists were looking forward (see Futurism) to the coming battle. Afterwards, most had lost trust in humanity. Due to World War II a lot of renowned artists, also from Bauhaus, ended up in the USA. Thanks to the war the USA became the epicentre of the art-world.

Nare Eloyan (AM)
Armenian born artist Nare Eloyan (1988, Yerevan) wants to draw the spectator to her work by the universal imagery of comics. Her style of drawing may cause recognition, the characters in Eloyan’s drawings have nothing in common with invincible superheroes. The main characters in her stories are overcome by doubts and look to be not particular successful in life. The boy in the drawing ‘A young boy becoming a flower’ (2007) unavoidable fails too. It’s Narcissus, a character from Greek mythology. According to the story he was such a beautiful young man, when seeing his mirror-image in a pond, he fell spontaneously in love with the boy in the water. Narcissus stayed sitting by the water waiting for the affirmation of his love which obviously didn’t happen. He languished until the goddess Aphrodite transformed him into a narcissus.

Claire Fontaine (FR)
Claire Fontaine is an artists-collective founded in 2004 in Paris which name is based on the French manufacturer of exercise books and note-pads. If you translate the words ‘Claire Fontaine’ from French into English you’ll get ‘Clear Fountain’, a straight reference to the well-known photograph Self-portrait as a Fountain (1966) by the American performance-artist Bruce Nauman. In SIGN a design drawing for a neon sculpture ‘This neon sign was made by…’ is to be seen as well as the offer by a lighting-company to make the work. The sculpture both in title and shape refers to Jospeh Kosuth’s ‘Words in Blue Neon’ (1965). Kosuth in his work gets together text and art-piece. ‘Words in Blue Neon’ is exactly what the title pretends: words in blue neon-light. The works of Claire Fontaine not only refer to art-history, it also describes the transaction taking place between the artist and the craftsman making the work. On the dots behind the text ‘This neon sign was made by…’ not only the name of the craftsman is placed but what he got paid too. When the buyer of the piece really wants to have the neon constructed, he will have to pay a lot more. The transaction stretches out to the artists themselves and the gallery. Plainly the work is part of the system of the art-business but also embodies criticism.

Cyprien Gaillard (FR)
Cyprien Gaillard (1980, Paris) deals with different forms of entropy in his daily practice; the deterioration of things, whether by nature, whether caused by humans. An important role in this is the human need to preserve and put in the spotlight and that what doesn’t seem to be worth while, to destroy. Especially he is interested in the relation between archaeological excavation, generally accepted world heritage and ‘contemporary ruins’; modernistic architecture demolished by the ball breaker worldwide at the moment. The repugnance of today is the picturesque of tomorrow. In ‘Belief in the Age of Disbelief’ (2005) he puts modernistic apartment-buildings in the idealised 17th century Dutch landscape. ‘Real Remnants of Fictive Wars’ (2003-2008) is a photograph of a Land Art performance in which the artist empties a fire-extinguisher, that is normally used at airports, in the park of Chateau Millemont, 60 kilometres west of Paris.

Folkert de Jong (NL)
The title of Folkert de Jong’s (1972, Egmond aan Zee) art-piece ‘Ilemauzar E’ (2007) is derived from a 17th century essay on witch hunt. Witches are not hunted any more nowadays, other minorities are. The funeral pyre is replaced by a full automatic rifle. De Jong’s rifle has got a lovely look with pink accents like it is a toy to be cherished by the owner. Still it remains a deadly weapon. The material refers to destruction too. Although polyurethane and Styrofoam have no meaning in art-history, they do have a meaning in society. The raw material of both products is oil, a mineral found as a cause of many political conflicts. More bitter is that the products are manufactured in a factory that also produced napalm and the gas that was used in the concentration-camps to eradicate the Jews.

Gert Jan Kocken (NL)
The works of Gert Jan Kocken (1971, Ravenstein) are about the beauty of destruction and the urge of people to destroy objects of ‘the other’. Specific historical objects are photographed in detail, life-size or bigger, perfectly printed and framed well-thought-out, so the physical impact of the photographic image is not less than the original. Doing so he adds critical side-notes to existing perceptions and directs the historic view.

Marijn van Kreij (NL)
‘Untitled (Our Love)’ (2007) by Marijn van Kreij (1978, Middelrode) consists of two parts. The little drawings, spots and texts on the left paper are apparently identical to the ones on the right paper. Because of this, it strongly suggests of Robert Rauschenberg’s ‘Factum I ‘ and ‘Factum II’ from 1957. These collages are almost identical with little differences in paint-strokes and in the attachment of the photo’s and other materials.
Van Kreij’s work is more than a reference to art-history though. By doubling the image it becomes a paradox. It’s unique, spontaneous and personal but all of this not at the same time. If Van Kreij would have shown one of the papers only, you would appreciate it as original, intimate and spontaneous. Usually you don’t plan the scrawls and spots, they originate by accident. Spots are caused by accidents, scrawls are notes by coincidence meaningful to the maker only.
The unconstraint and uniqueness seem to get lost by repetition. But by copying the composition by hand, minute ‘mistakes’ are made. These can be regarded as little, spontaneous coincidences as well.

Ben Kruisdijk (NL)
In his work Ben Kruisdijk (1981, Zaandam) uses different systems of drawing mixed up. This way he creates images that can be ‘read’ in an associative manner. Because the viewer has to finish the works himself, his drawings show relations with children’s games or a rebus. Reoccurring motives are anatomic imagery, flora and fauna. Kruisdijk refers often to art-movements or specific works of art.

Zeger Reyers (NL)
A frog made out of lipstick. Of course Zeger Reyers (1966, The Hague) refers to the fairy-tale of the Frog Prince. In short: a spoiled princess gets a golden ball from her father. The king urges her to be careful with it: “There’s only one in the whole country”. When the princess is playing in the palace-garden, the ball bounds away suddenly and falls into the pond. The princess is lost. She can’t come home without the ball, can she? Suddenly she hears a voice: “I’ll, get it out for you”. The words are spoken by a big green frog. “As a reward you have to let me eat from your dish and sleep in your bed”. The princess is hesitant but finally she agrees. If she kisses the frog goodnight, it changes suddenly in a beautiful prince. Zeger Reyers uses the frog as a metaphor. But how exactly? Is art the frog that is transformed to a beautiful prince by the visitor? Does art reveal not its true nature until it is ‘touched’ by the visitor? As soon as the viewer can’t resist the temptation to press his lips on the image, decay will immediately start.

Anke Roder (DE)
Memories and history are the inevitable elements in the works of the by origin German artist Anke Roder (1964, Bayreuth). Her small paintings of (sea)landscapes like Zee (Sea, 2004) come into existence spontaneously, without sketching or a preconceived plan. Roder takes the images out of her subconsciousness: many of the landscapes were visited by the artist at any time during her travels.
Besides that she is inspired by medieval and renaissance arts, botanic drawings and manuscripts. Roder admires tranquillity, silence and the carefulness of it. But mainly Roder is dealing with the landscapes behind the portraits and as part of the composition. Sometimes they are realistic, sometimes imaginary but always it’s about nature not degraded by humans.
Humans have no part at all in Roder’s work. The human-being is inferior to the ‘beauty of creation’. It’s a very romantic notion: the greatness of nature versus the fatuousness of civilisation.

Karen Sargsyan (AM)
You wouldn’t match paper dolls with war very quickly. Yet this is what Armenian artist Karen Sargsyan (1973, Yerevan) has done. His ´David and Goliath´ (2008) shows the biblical story about the giant defeated by the young shepherd. David looked to be without a chance against Goliath but was able to kill him with a stone. Doing so he gave back freedom to his people, the Israelites.
It’s extraordinary the way Sargsyan manages paper. Despite the rigid material and the rough finishing the figures are elegant. Their fight is like a battle between dancers. The representation is not only in the grand gestures but also in the details. The disbelief in Goliath’s face is a precursor for him losing the battle, the fallen spears and helmets are the witnesses of their fierce fight.

Simon Schrikker (NL)
The two paintings of war-helicopters are part of the series ´Friendly Fire´, a series Simon Schrikker (1973, Utrecht) is working on since 2008. Schrikker, known for his paintings of terrifying dogs, connects figurative and abstract elements. Source-material found on the internet is the basis of an investigation by painting into the archetypical images of fear, threat and violence.

Levi van Veluw (NL)
“Every portrait that is painted with feeling, is a portrait of the artist, not of the sitter”. As quoted Oscar Wilde. Though Levi van Veluw (1985, Hoevelaken) doesn’t paint, still the thought remains interesting. What do all Van Veluws self-portraits, where he shows as a standard only the upper part of his body, tell us about the artist? Van Veluw shows only the outside, an outside which he i.e. covers with moss or overwrites with a ball-point. The glance of the artist is often absent. His head usually a little bowed forward. Van Veluw very clever lets his art melt with his image. Actually he is his own canvas. The artist, that’s the art.

Mark Wallinger (GB)
From 14th until 22nd of October 2004 the Brit Mark Wallinger (1959, Chigwell) executed a performance at night in the Neue Nationalgalerie in Berlin. Wallinger dressed in a bear-suit, was walking around, sitting, rising again, walked to the window, waved to a passenger who apparently didn’t know how to respond to this strange creature. The suit Wallinger wore, looked like a carnival dress-up. The head was more realistic. It appeared to be of a real bear. The mouth was open, a row of sharp teeth was visible. During the performance nothing of importance really happened. The bear, symbol of Berlin, hardly seemed to know what it had to do. Wallinger seemed to refer to the human-being who finds himself in a strange environment. At the same time you can see an allusion to the destruction of nature because of town-planning.

lijst met werken

Paul Beumer
For better and for worse but not for lunch, 2009, oil on canvas
Untitled (Brideshead), 2009, oil on canvas
Rosa Boekhorst
Display of power, 2006, coloured pencil on paper
Jeroen Bosch
Titel: Gratis. Serie: Zero Content 2005
Materiaal: Print Epson Stylus Photo 925 op Hema mat fotopapier 180g/m2
Achtentwintigste editie. Oplage/ exemplaar:1/1
Tim Braden
Study for Vuillard in the museum, 2008, oilpaint on card
Esther Bruggink
Baby, 2007, polyesterfilm, rubber en garen
Marcel van Eeden,
14 tekeningen, untitled, negropotlood op papier
Fendry Ekel
Young Gropius as Soldier, 2007, zeefdruk, #3/25
Claire Fontaine
This neon sign was made by…, 2009, drawing and quotation
Cyprien Gaillard
Belief in the Age of Disbelief (les quatre arbres/Etape VIII), 2005, Etching 
Real Remnants of Fictive Wars (Part V), 2006, b/w photograph
Folkert de Jong,
Ilemauzar (E), 2007, Styrofoam, polyurethaan, pigment
Marijn van Kreij
Untitled (Our Love), 2007, oil, ink, pencil, crayon on paper
Ben Kruisdijk
Avantgarde Bewegung, 2008, coloured pencil and water colour on paper
Zeger Reyers
Beauty Case, 1997, lipstick, 1/3
Anke Roder
Zee, 2004, oil, beeswax and pigment on driftwood
Karen Sargsyan
David and Goliath, 2008, papier en ijzer
Simon Schrikker
Helicopters, olie en acryl op doek, 2007
Levi van Veluw
Lines, 2006, Lambda print on dibond, perspex, 7/10
Mark Wallinger
Sleeper, 2004, C-print, 17/200
Okerstein, 2007, #1052, 52/72
Gert-Jan Kocken
z.t., 39 x 28 cm. 2010
Nare Eloyan
z.t., 65 x 45 cm. 2007

6 random pictures from the archive:

z.t (great white), olie op linnen, 60x50 cm, 2011 6a Yuri 12 volkskrant 31:10:02 krijl 7 buitendijk2 rocking chairs, strijbos & rijswijk banner marieke opgelder